top of page
  • LinkedIn
  • White Facebook Icon

De invoering van gerechtelijke vaststelling vaderschap in Suriname

26 aug 2024

2 min. leestijd

0

12

0

Recent is het Nieuw Burgerlijk Wetboek in Suriname aangenomen. Een treffende wijziging in het recht is dat de gerechtelijke vaststelling vaderschap is ingevoerd in artt. 1:207 t/m 1:208 NBW. Deze regeling houdt in grote lijnen het volgende in.


De vaderschap van een verwekker (niet zijnde een donor) kan door de rechter worden vastgesteld. Dit kan zelfs na de dood van de gestelde vader plaatsvinden. Het verzoek daartoe kan door de moeder, het kind of het Bureau voor Familierechtelijke Zaken worden gedaan. De gestelde vader kan geen verzoek doen. Hij heeft namelijk de mogelijkheid om het kind te erkennen met toestemming van de moeder dan wel vervangende toestemming van de rechter.


De vaderschap kan niet gerechtelijk worden vastgesteld indien het kind al reeds een juridische vader heeft en bijvoorbeeld erkend is door een niet biologische vader. Alleen t.a.v. vaderloze kinderen kan er een vaststelling plaatsvinden. Wel is denkbaar dat het bestaande juridische vaderschap eerst door het kind wordt aangetast en dat vervolgens een gerechtelijke vaststelling van de vaderschap wordt verzocht t.a.v. de verwekker.

Verder kan er ook geen gerechtelijke vaststelling van vaderschap geschieden t.a.v. een man waarmee de moeder op grond van art. 1:40 NBW wegens nauwe verwantschap niet gehuwd kan zijn (verbod van bloedschande) en t.a.v. een man die de leeftijd van 16 jaren nog niet heeft bereikt. T.a.v. een man die de leeftijd van 16 jaren niet heeft bereikt is de gerechtelijke vaststelling van vaderschap wel mogelijk indien hij voor zijn 16e levensjaar is komen te overlijden.


De gerechtelijke vaststelling van vaderschap werkt terug tot het moment van geboorte van het kind.


De gerechtelijke vaststelling van vaderschap heeft op grond van art. 1:207a NBW geen erfrechtelijke gevolgen, indien de vader voor het tijdstip van het verzoek was overleden, tenzij het verzoek binnen 5 jaren na de geboorte van het kind is gedaan. Hetzelfde geldt indien het verzoek is gedaan op een moment waarop onder een omstandigheid waaronder de man geen redelijke gelegenheid heeft gehad tot het maken van een uiterste wil.


De voorgenoemde regeling komt overeen met de Nederlandse regeling, zoals tot stand gebracht bij wet van 24 december 1997, Stb. 772, maar met de volgende afwijkingen. In Nederland kan de Raad voor de Kinderbescherming (te vergelijken met het Bureau voor Familierechtelijke Zaken in Suriname) geen verzoek doen tot gerechtelijke vaststelling. In Nederland kan de moeder het verzoek doen totdat het kind 16 jaar is, in Suriname is de leeftijdsgrens verlaagd naar 12 jaar. In Nederland is, als de identiteit van de verwekker bekend is, de moeder gebonden aan een vervaltermijn van vijf jaar na de geboorte. Dat geldt niet voor Suriname. Voorts kent Nederland niet het voorgestelde art. 1:207a NBW (erfrechtelijke verzachting) en art. 1:207b NBW (mogelijkheid van latere ontkenning door het kind).


26 aug 2024

2 min. leestijd

0

12

0

Opmerkingen

Deel je gedachtenPlaats de eerste opmerking.

© 2024 by Suriname Desk. Powered and secured by Wix

bottom of page